INECO-Nieuwsbericht-Rijksoverheid-06032026

Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers

Dit nieuwsbericht van 6 maart 2026 markeert een belangrijk omslagpunt in het ZZP-dossier. Het kabinet heeft besloten de koers te verleggen om de grote onrust in de markt weg te nemen. Voor opdrachtgevers die werken met tarieven boven de € 38,- per uur is dit zeer goed nieuws.

Hieronder de samenvatting van de nieuwe plannen, specifiek gericht op het wegnemen van zorgen voor het hogere segment:

1. De Wet VBAR wordt grotendeels geschrapt

De grootste bron van zorg voor opdrachtgevers was het ‘verduidelijkingsdeel’ van de Wet VBAR. Dit deel bevatte complexe criteria om te bepalen of iemand een zelfstandige of een werknemer is. Het kabinet heeft besloten dit deel volledig van tafel te halen.

  • Wat dit voor betekent: De vrees voor rigide, nieuwe regels die de inhuur van specialisten onmogelijk maken, is hiermee weggenomen. Er komen geen nieuwe, knellende definities voor ‘inbedding’ of ‘gezag’ uit dit wetsvoorstel.

2. Focus op de ‘Zelfstandigenwet’

In plaats van de VBAR komt het kabinet met de Zelfstandigenwet. Het doel hiervan is niet om inhuur te bemoeilijken, maar juist om de positie van de ‘echte’ zelfstandige wettelijk te verankeren en te erkennen.

  • Wat dit voor betekent: Er komt meer ruimte voor ondernemerschap. Voor hoogbetaalde professionals (boven de € 38,-) wordt het uitgangspunt dat zij als ondernemer worden gezien, zolang zij aan basisvoorwaarden voldoen zoals het werken voor eigen rekening en risico.

3. Rechtsvermoeden: De veilige grens van € 38,-

Het enige deel van de VBAR dat wél doorgaat, is het rechtsvermoeden van werknemerschap voor tarieven onder de € 38,- per uur.

  • Wat dit voor betekent: Dit rechtsvermoeden is een beschermingswal voor de onderkant van de markt. De bewijslast ligt dus niet bij de opdrachtgever om aan te tonen dat iemand géén werknemer is; de status quo van zelfstandigheid blijft het vertrekpunt.

4. Voortzetting van de ‘Zachte Landing’ in 2026

Hoewel de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer handhaaft, is er voor 2026 een ‘halfzachte landing’ afgesproken:

  • Geen verzuimboetes: In 2026 worden er bij een onbedoelde foutieve kwalificatie nog geen verzuimboetes opgelegd.
  • Eerst dialoog: Controles starten in principe met een bedrijfsbezoek dat gericht is op voorlichting en verbetering, niet direct op sancties.
  • Geen terugwerkende kracht: Naheffingen gaan niet verder terug dan 1 januari 2025 (de start van de handhaving), tenzij er sprake is van opzettelijke kwaadwillendheid.

5. Bindende toetsing vooraf

Een belangrijk nieuw element in de plannen is de oprichting van een commissie voor bindende toetsing.

  • Wat dit voor betekent: Bij twijfel over een specifieke inhuurconstructie kun je deze vooraf laten toetsen. Het oordeel van deze commissie is bindend voor zowel de Belastingdienst als het UWV. Dit biedt de ultieme rechtszekerheid waar opdrachtgevers om vroegen.
INECO-Nieuwsbericht-Rijksoverheid-06032026

Conclusie: Rust in het hogere segment

Het kabinet erkent met dit besluit dat de onrust de economie schaadde. Door de VBAR te schrappen en te focussen op de Zelfstandigenwet, kiest de overheid voor een koers waarbij hoogbetaalde expertise (boven de € 38,-) buiten de vuurlinie van de schijnzelfstandigheidsbestrijding blijft. Je kunt met vertrouwen blijven inhuren, wetende dat de pijlen van de fiscus gericht zijn op gedwongen zelfstandigheid aan de onderkant van de markt, en niet op de bewuste inzet van specialisten.

Wetsvoorstel voor meer duidelijkheid zzp’ers naar de Kamer

De never ending story die begon na de afschaffing van de VAR-verklaring in mei 2016 en de beoogde vervangende Wet DBA heeft weer een nieuw hoofdstuk gekregen.

Wetsvoorstel voor meer duidelijkheid zzp’ers en sterkere positie laagbetaalde schijnzelfstandigen naar de Kamer

Het kabinet wil het duidelijker maken wanneer mensen werknemer zijn en wanneer werk gedaan kan worden als zelfstandige. De daarvoor geldende criteria komen in de wet te staan. Ook moet iemand die minder dan € 36 per uur verdient als zzp’er een sterkere rechtspositie krijgen. Zij kunnen straks makkelijker stellen werknemer te zijn en een beroep doen op de bijbehorende rechten. Dat staat in het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) dat het kabinet vandaag heeft ingediend bij de Tweede Kamer.

In het kort een opsomming, de hele tekst kun je vinden op de site van de Rijksoverheid.

Verduidelijking

Het wetsvoorstel verduidelijkt de criteria over wanneer iemand werknemer is en wanneer iemand als zelfstandige werkt.

Rechtsvermoeden

Daarnaast kunnen zzp’ers die minder dan € 36 per uur verdienen straks stellen werknemer te zijn en een beroep doen op de bijbehorende rechten. Als de zzp’er een beroep op het vermoeden heeft gedaan, dan is het aan de werkgever om aan te tonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en er als zelfstandige gewerkt wordt.

Schijnzelfstandigheid

Nederland telde in 2024 1,3 miljoen zzp’ers. Dat aantal is een verdubbeling van de 630.000 zzp’ers in 2003. In sommige gevallen is hierbij sprake van schijnzelfstandigheid: mensen die werken in een zzp-constructie, terwijl er vanwege de aard van het werk eigenlijk sprake is van werknemerschap.

Achtergrond wetsvoorstel

Het wetsvoorstel Vbar is het tweede grote wetsvoorstel van het arbeidsmarktpakket dat aan de Kamer wordt aangeboden.

Voortgang wetsbehandeling

Als de Tweede Kamer instemt met het voorstel, gaat het wetsvoorstel door naar de Eerste Kamer. Als ook de Eerste Kamer instemt wordt het wetsvoorstel volgens planning op 1 juli 2026 van kracht.

 

Het hele Wetsvoorstel is hier te vinden:

Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Informatie op de website van ZZP Nederland:

Uitleg over Wet DBA, VBAR en Zelfstandigenwet | ZZP Nederland