Tag: ZZP

  • Regeerakkoord 2017: De Wet DBA wordt vervangen

    Regeerakkoord 2017: De Wet DBA wordt vervangen

    Nu het regeerakkoord 2017 openbaar is gemaakt is ook duidelijk geworden dat de veel besproken wet DBA wordt vervangen.

    Hieronder een stukje uit het regeerakkoord met de belangrijkste punten voor zelfstandigen.

    Bronnen: Regeerakkoord , www.tweedekamer.nl

    Werken als zelfstandige

    • Zzp-ers hebben een belangrijke positie op de arbeidsmarkt. Het is wel belangrijk dat zzp-ers om de juiste redenen kiezen voor het zzp-schap en er niet eigenlijk sprake is van een arbeidsrelatie. De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) heeft voor die laatste vraag geen helderheid geschapen, maar juist onrust gebracht waardoor teveel echte zelfstandige ondernemers zijn geraakt. Met name aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt is nog steeds sprake van schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden. De Wet DBA wordt daarom vervangen. De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen. Bij de uitwerking van de wet zullen veldpartijen betrokken worden en zijn zowel de handhaafbaarheid als de effecten op de administratieve lasten van belang.
    • Voor zzp-ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Wat een laag tarief is, wordt gedefinieerd als corresponderend met loonkosten tot 125% van het wettelijk minimumloon (de grens die bijvoorbeeld ook voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt gehanteerd) of met de laagste loonschalen in cao’s. Er wordt één tarief gekozen om voor de gehele markt de onderkant af te bakenen. Op basis van de gehanteerde argumentatie zal dit tarief vermoedelijk liggen in een bandbreedte tussen de 15 en 18 euro per uur. Een langere duur wordt gedefinieerd als langer dan drie maanden.
    • Aan de bovenkant van de markt wordt voor zelfstandig ondernemers een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien er sprake is van een hoog tarief in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Bij een ‘hoog tarief’ denkt het kabinet aan een tarief boven de 75 euro per uur. Een kortere duur wordt gedefinieerd als korter dan een jaar.
    • Voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief wordt een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Deze geeft opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van zelfstandig ondernemers. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een webmodule, zoals bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk bestaat. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen (tenzij de webmodule niet naar waarheid is ingevuld). In de webmodule wordt een aantal duidelijke vragen gesteld aan de opdrachtgever over de aard van de werkzaamheden. Daarbij wordt ten behoeve van de webmodule het onderdeel ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt (bijvoorbeeld dat het enkel moeten bijwonen van een vergadering op zichzelf geen indicatie van gezag is). Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.
    • De markt krijgt de tijd om te wennen aan veranderde wet- en regelgeving. Het huidige handhavingsmoratorium wordt na invoering van de bovenstaande maatregelen gefaseerd afgebouwd. Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid (onder andere geen boetes na eerste controle), waarin de Belastingdienst een coachende rol heeft en partijen helpt bij de toepassing van de nieuwe regelgeving.
    • Het kabinet gaat verkennen, ook in overleg met sociale partners en veldpartijen, of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek zou kunnen krijgen in het burgerlijk wetboek. Dit zou de positie van zelfstandig ondernemers kunnen verhelderen en verstevigen.
    • Tevens zal worden bezien hoe bij zelfstandigen de verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid kan worden verhoogd. Het is van belang dat zelfstandigen een bewuste keuze kunnen maken om zich wel of niet te verzekeren en dat zelfstandigen die daarvoor kiezen in beginsel toegang hebben tot de verzekeringsmarkt. Het kabinet zal in gesprek gaan met de verzekeraars om een beter verzekeringsaanbod te bevorderen.
    • Uiteraard zal het kabinet blijven peilen of de praktijk van de wijzigingen overeenstemt met de doelstellingen van de wijzigingen, namelijk het tegengaan van schijnzelfstandigheid en zorgen dat echte zzp-ers gewoon hun werk kunnen doen.

     

  • VAR voor 2014 en 2015 langer geldig

    VAR voor 2014 en 2015 langer geldig

    De VAR’s voor 2014 en 2015 blijven ook in 2016 geldig tot dat de nieuwe wet- en regelgeving ingaat.
    De streefdatum hiervoor is 1 april 2016.

    Bron: https://www.belastingdienst.nl/

    Meer informatie over de komende nieuwe wet- en regelgeving:
    Arbeidsrelaties: zzp – ja of nee | Belastingdienst

  • Alternatief voor ‘Beschikking geen loonheffingen’ en ‘Verklaring Arbeidsrelatie’

    Alternatief voor ‘Beschikking geen loonheffingen’ en ‘Verklaring Arbeidsrelatie’

    Bron: De Belastingdienst 21-04-2015 en 06-07-2015

    Verschillende organisaties, waaronder VNO-NCW, zzp-organisaties en vakbonden, hebben samen met het kabinet aan een alternatief voor de ‘Beschikking geen loonheffingen’ en de ‘Verklaring Arbeidsrelatie’ gewerkt. Hiervoor moet het wetsvoorstel waarmee de ‘Verklaring arbeidsrelatie’ wordt vervangen door de ‘Beschikking geen loonheffingen’, aangepast worden. Dat schrijft staatssecretaris Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer.

    Volgens de brief van de staatssecretaris worden met dit alternatief:

    • zzp’ers niet onnodig belast met papierwerk
    • de administratieve lasten en de uitvoeringskosten verlaagd
    • de voorwaarden voor het werken buiten dienstbetrekking helderder voor zowel opdrachtgever én opdrachtnemer
    • opdrachtnemer en –gever niet beperkt in hun keuzevrijheden

    Voorbeeldovereenkomsten

    Nieuw in dit alternatief is de voorbeeldovereenkomst per sector: opdrachtnemers die werken op grond van zo’n overeenkomst, zijn niet in dienst van de opdrachtgever. De opdrachtgever hoeft voor hen dus geen loonheffingen in te houden en te betalen, zolang de opdrachtnemers volgens de overeenkomst werken. De voorbeeldovereenkomsten worden opgesteld door de belangenorganisaties van de opdrachtgevers én opdrachtnemers en vervolgens beoordeeld door de Belastingdienst. De overeenkomst zegt niets over de inkomsten van de opdrachtnemer.

    Individuele overeenkomsten

    Ook individuele overeenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen straks worden beoordeeld door de Belastingdienst. Wij geven vervolgens uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen. De opdrachtnemer moet wel volgens de overeenkomst werken.

    Alternatief VAR goedgekeurd: overeenkomsten voorleggen nu al mogelijk

    06-07-2015

    De Tweede Kamer is akkoord met het wetsvoorstel voor een alternatief voor de VAR. Als de Eerste Kamer na het zomerreces ook akkoord gaat, verdwijnt de VAR per 2016.

    In plaats daarvan kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers overeenkomsten aan ons voorleggen, die de belastingdienst vervolgens beoordeeld. Overeenkomsten op grond waarvan een opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden, kan de belastingdienst als voorbeeldovereenkomst op hun internetsite publiceren.

    De belastingdienst wil dit najaar al zo veel mogelijk voorbeeldovereenkomsten publiceren. Andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen daar dan gebruik van maken. Daarom kunt u nu al overeenkomsten aan de belastingdienst voorleggen.

    Bron 

    (Dit artikel is overgenomen van http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/berichten/nieuws/201504021_alternatief_voor_beschikking_geen+loonheffingen_en_var)

  • Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

    Wetsvoorstel: ook opdrachtgever verantwoordelijk voor fiscale beoordeling van arbeidsrelatie zzp’er

    Bron: http://www.rijksoverheid.nl

    Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) worden beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. Dat staat in een wetsvoorstel dat staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Door de Wet ‘invoering Beschikking geen loonheffingen’ kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

    De staatssecretaris maakt met de invoering van de Beschikking geen loonheffing (BGL) zowel opdrachtgever als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de vraag of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever loonheffingen afdragen.

    VAR
    De BGL vervangt de zogenoemde Verklaring Arbeidsrelatie, de VAR. Bij de VAR vraagt een zzp´er vooraf een oordeel van de Belastingdienst of zijn inkomen wel of niet wordt beoordeeld als loon. De opdrachtgever is nu niet betrokken bij deze aanvraag en ondervindt geen gevolgen als achteraf blijkt dat geen sprake was van ondernemerschap van de zzp´er, maar van een dienstbetrekking. De financiële consequenties komen in dat geval alleen voor rekening van de zzp’er.

    Handhaving
    Opdrachtgevers vragen zzp’ers een VAR te tonen zodat zij geen loonheffingen hoeven in te houden en af te dragen. Voor zzp´ers is de VAR van belang bij het werven van opdrachten. Dit kan schijnzelfstandigheid in de hand werken: arbeidskrachten die op papier werken als zzp´er, maar in de praktijk een dienstbetrekking vervullen.

    Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden opdat die mensen de zekerheid krijgen van een dienstverband. Doordat de BGL zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk maakt voor de beoordeling van hun arbeidsrelatie kan de Belastingdienst het onderscheid tussen een dienstverband en ondernemerschap beter handhaven.

    Bij de aanvraag van een BGL beantwoordt een zzp’er via een webmodule een aantal vragen. Als deze vragenreeks tot een beschikking leidt, staat daarin vermeld onder welke voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. De opdrachtgever dient de beschikking te controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Een zzp’ er hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe beschikking aan te vragen: bij opdrachten waar werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan de zzp’er dezelfde beschikking gebruiken.