Tag: #dominoforever

  • SSL certificaat omzetten naar Domino kyr bestand

    SSL certificaat omzetten naar Domino kyr bestand

    Het wil nog wel eens voorkomen dat je een bestaand SSL certificaat hebt en deze wil gaan gebruiken op je Domino HTTP Server. Een eenvoudige oplossing is natuurlijk om voor de Domino server een Apache of IIS webserver te installeren en SSL verzoeken via een proxy regel door te sturen naar Domino zonder SSL, dan is de hele oefening om een certificaat in Domino te krijgen helemaal niet nodig. Alleen kan deze oplossing niet overal gebruikt worden, of wil men deze niet gebruiken.

    Dan zit er niets anders op dan of via de Domino Certificate Admin applicatie een nieuw certificaat aan te vragen bij een provider (vaak gratis binnen een bepaalde periode), of om een bestaand certificaat om te zetten.

    Het aanvragen van een certificaat via de Notes applicatie is een standaard procedure die goed beschreven staat in de Administrator Help, en vaak ook bij de leveranciers van SSL certificaten, het omzetten van een Apache of IIS certificaat of importen van een wilcard certificaat is echter niet beschreven en is net iets lastiger.

    Er zijn verschillende methodes waarvan ik er hier een beschrijf.

    (Deze methode is met de komst van IBM Notes 9.0.1FP2 en de nieuwe kyrtool wat verouderd, lees hier over de nieuwe methode.)

    Stap 1.

    Open de Server Certificate Administration applicatie (certsrv.nsf), of maak deze aan met gebruik van het certsrv.ntf sjabloon.

    Klik vervolgens op Create Key Ring.

    certsrv_01

    Vul in het “Create Key Ring” scherm alle velden in zodat deze overeen komen met het certificaat dat je wil gaan gebruiken.
    Klik vervolgens op de knop “Create Key Ring” onderaan de pagina.
    certsrv_02

    Als alles goed gegaan is komt er een dialoog met het resultaat.
    certsrv_03

    Klik OK en kijk vervolgens of het sleutel paar in de opgegeven map staat.
    certsrv_04

    Tot zo ver is het nog allemaal standaard.
    Nu gaan we echter geen “Certificate Request” indienen, want dat hebben we al….
    We verlaten Notes nu even.

    Stap 2.

    Om in stap 3 de certificaten (het persoonlijk certificaat, het root- en eventuele intermediate certificaten goed te kunnen importeren moeten we precies weten wat de namen van de certificaten zijn. Als er geen duidelijke beschrijving mee geleverd is kunnen we de certificaten het beste openen in een internet browser zoals Internet Explorer. In het voorbeeld een oudere versie in Microsoft Windows XP.

    Er zijn verschillende manier van certificaat uitgifte, de ene leverancier stuurt losse bestanden, de andere slechts een bestand waar de overige certificaten in zitten (de hele reeks of chain).
    In dit voorbeeld heeft een klant 1 bestand met de extensie pfx.
    Start Internet Explorer, klik op Extra > Internet opties > Inhoud.

    certsrv_ie01

    Klik op de knop Certificaten.

    certsrv_ie02

    In het venster Certificaten klik je op Importeren.

    certsrv_ie03

    Klik op volgende en selecteer Bladeren.

    certsrv_ie04

    Blader naar de map waar de SSL certificaten staan. Verander eventueel bij Bestandstypen de juiste extensie.
    In ons geval hebben we de klantnaam even aangepast naar wildcard.demo.pfx, dit zal normaal iets zijn als *.uwbedrijfsnaam.pfx.

    certsrv_ie05

    Open het bestand.

    certsrv_ie06

    Klik op volgende.

    certsrv_ie07

    Geeft het wachtwoord op dat bij de sleutel hoort en zet eventueel een vinkje bij “Deze sleutel als exporteerbaar aanmerken.” en klik op volgende.

    certsrv_ie08

    Klik op volgende of pas eerst de archief locatie aan indien deze niet goed staat.

    certsrv_ie09

    Controleer de inhoud en klik op Voltooien.
    Als het goed is komt er een melding dat het importeren voltooid is. Klik daar op OK.

    certsrv_ie10

    Als het goed is zal in het venster Persoonlijk uw certificaat staan. In ons geval is de klantnaam doorgestreept.

    certsrv_ie11

    Mocht je nu niet een bestand hebben maar losse bestanden dan kan elk bestand geïmporteerd worden. Vaak hebben de root en intermediate certificaten geen wachtwoord, maar de routine is bijna gelijk aan de hier beschreven procedure.

    Nu de certificaten in de browser zichtbaar zijn kunnen we kijken hoe de keten er uit ziet en de namen van de labels noteren.

    Klik op Weergeven.

    certsrv_ie12

    In het Certificaat venster klik je op Certificeringspad. Daar kun je zien dat er naast het root certificaat nog een intermediate certificaat aanwezig is. Ook is zichtbaar dat wij het root certificaat nog moeten importeren, maar dat is voor nu niet belangrijk.

    Klik op het bovenste certificaat pad en klik op de knop “Certificaat weergeven”.

    certsrv_ie13

    Noteer de naam achter het label “Verleend aan:”, in dit geval “AddTrust External CA Root” en klik op OK.

    Doe dit voor de overige certificeringspaden ook tot aan de laatste regel. In ons geval komt er dus nog een naam bij, “PositiveSSL CA 2”

    Deze gegevens hebben wij nodig om bij stap 3 in te vullen.

    Mocht het nodig zijn dan kan er vanuit het certificaten venster ook een export gemaakt worden van de certificaten. In ons geval is dit niet nodig dus slaan we deze stap over en gaan naar stap 3.

    Stap 3.

    Om het bestaande certificaat toe te voegen aan het kyr bestand gebruiken we het programma ikeyman van IBM, o.a. te vinden op ftp://ftp.software.ibm.com/software/lotus/tools/Domino/gsk5-ikeyman.zip.
    Dit programma werkt het meest eenvoudig op een 32bits Windows XP omgeving, hoewel er op internet ook meldingen zijn van mensen die het aan de praat hebben gekregen met nieuwere versies van Windows met een oude Java omgeving. Voor deze beschrijving heb ik echter een Windows XP machine gemaakt in VMWare Player.
    Pak het bestand gsk5-ikeyman.zip uit.
    Open vervolgens een commando prompt (dos venster).
    Navigeer op de prompt naar de map waar je de ikeyman bestanden hebt uitgepakt.
    In de map staan twee batch bestanden. De eerste is om de paden aan de omgevings-variabelen van Windows toe te voegen.
    Type hiervoor de opdracht “gskregmod.bat Add” (zonder aanhalingstekens in) en enter.

    certsrv_05

    Type vervolgens “runikeyman.bat” om IBM Sleutelbeheer te starten.

    certsrv_06

    Als het goed is start IBM sleutelbeheer op:

    certsrv_07

    Kies in het menu voor sleuteldatabase openen en navigeer naar het *.key bestand dat je hebt aangemaakt in stap 1.

    certsrv_08

    Type het wachtwoord dat in stap 1 is ingevoerd voor het Sleutelring bestand.

    Klik in het hoofdvenster onder het kopje Inhoud sleuteldatabase op het keuzeveld en kies “Certificaten van certificaatgever”.

    certsrv_09

    Je ziet in het venster de certificaten die in het kyr bestand staan dat we hebben aangemaakt in stap 1.
    Waarschijnlijk staan de certificaten die we in stap 2 genoteerd hebben hier niet bij, en zullen we deze nu moeten toevoegen. Klik daarvoor op de “Toevoegen” knop.

    certsrv_10

    Kies in het toevoegen venster op het juiste gegevenstype, in ons geval hebben wij *.CER bestanden van de leverancier gekregen en kiezen we voor “Binaire DER-gegevens”. Blader naar de locatie van de certificaten en klik op OK. In ons voorbeeld importeren we het root certificaat van AddTrust.

    In het volgende venster hebben we dan de naam nodig die wij in stap 2 genoteerd hebben. Het is belangrijk om dit exact over te nemen.

    certsrv_11

    Klik op OK.
    Doe het zelfde voor de eventuele intermediate certificaten.
    Het resultaat is zichtbaar in het venster van IBM Sleutelbeheer:

    certsrv_12

    Als laatste moeten wij nog het persoonlijke certificaat toevoegen. Klik daarvoor in IBM Sleutelbeheer op het meerkeuzevak onder Inhoud sleuteldatabase op “Persoonlijke certificaten” en klik op de knop “Importeren”.
    Navigeer in het “Sleutel importeren” dialoog venster naar het persoonlijke certificaat. In ons geval was het certificaat niet zichtbaar in het bladervenster omdat bij bestandsnaam *.p12 stond. Dit is echter weg te halen zodat wel alle bestanden zichtbaar worden en wij het “wildcard.demo.nl.pfx” sleutelbestand kunnen kiezen.

    certsrv_13

    Klik op OK. Ook hier wordt weer gevraagd om het wachtwoord van de sleutel. Vul dit in en klik op OK.
    Wanneer alles goed is gegaan ze je in het venster het certificaat dat net is ingevoerd.

    certsrv_ie15

    Sla het sleutelbestand op als Sleutelringbestand (*.kyr), overschrijf daarbij het eerder aangemaakt sleutelbestand. Er wordt gevraagd een wachtwoord in te voeren, en eventueel kan de geldigheidstermijn daarvan ingesteld worden.
    certsrv_ie16

    Klik OK, deze stap is daarmee afgerond.

    Stap 4.

    Wij hebben in de voorgaande stappen een sleutelpaar aangemaakt, en de certificaten toegevoegd. Om zeker te zijn dat Domino de sleutels kan lezen kunnen we deze nogmaals openen in IBM Notes met de “Server Certificate Admin”.

    Klik daarvoor in link in het menu op “View & Edit Key Rings”
    Kies boven in het menu voor de knop “Select Key Ring to Display”

    Type het volledige pad in naar het sleutelringbestand dat we in de eerdere stappen hebben gemaakt en aangepast.
    Geef het wachtwoord in en klik OK.
    Als alles goed is gegaan zien we nu bij Site Certificates een KeyPair en ons persoonlijke certificaat.
    Bij Certificate Authorities moeten het root- en intermediate certificaten staan die we eerder hebben geïmporteerd.

    certsrv_ie17
    Als dit klopt kunnen we het *.kyr en bijbehorend *.sth bestand kopiëren naar de data map van de Domino Server.

    In de configuratie van de Domino server dient de naam van het sleutelbestand natuurlijk overeen te komen met de bestandsnaam, maar als je al zo ver bent gekomen zal dat geen probleem mogen opleveren.

    Herstart de HTTP taak en als het goed is heb je een werkend SSL certificaat. Controleer dit eventueel door op de Domino console het commando “Tell HTTP show security” in te geven.

    Mocht je er ondanks deze instructies niet uitkomen kun je altijd contact met ons opnemen. Of plaats je reactie onder dit bericht.

    Overige bronnen:
    https://www.sslcertificaten.nl/
    https://www.ibm.com/
    Creating certificate signing request (CSR) – IBM Documentation

  • Nice – voor wanneer een her-installatie van Notes op Windows even niet wil lukken…

    Nice – voor wanneer een her-installatie van Notes op Windows even niet wil lukken…

    Een klant had een probleem waarbij Notes 9.01 op een Windows 2012 (RES) Server niet meer geïnstalleerd kon worden. De installatie stopte op het moment dat daadwerkelijk installatie zou starten met een melding dat de “Installation interrupted” was.

    De gebruikelijke stappen van het opschonen van het register en het verwijderen van mappen, stoppen van services en herstarten van de server e.d. hielpen niet.

    Na wat zoekwerk zag ik in de Admin Help van versie 9 dat IBM gewoon een tooltje in de installatie map van Notes heeft staan om een vorige installatie netjes op te ruimen:

    Using the Notes Install Cleanup Utility (NICE) tool

    U kunt het programma Install Cleanup Executable (NICE) gebruiken om na een mislukte Notes installatie of upgrade de computer op te schonen.
    U kunt ook
    gebruik maken van de tool om een ​​bestaande versie van Notes te verwijderen en overbodige bestanden op te ruimen, vóór het uitvoeren van een nieuwe installatie of upgrade.
    De tool is beschikbaar voor Lotus Notes 6.x en hoger.
    Installaties op
    ondersteunde Windows-platforms en moet worden uitgevoerd door een beheerder.

    In ons geval werkte de installatie direct na het uitvoeren van NICE!

  • Domino en Notes 9.0.1 Fix Pack 2 is uit

    Domino en Notes 9.0.1 Fix Pack 2 is uit

    IBM Domino / Notes 9.0.1 Fix Pack 2 Release Notice
    August 20, 2014

    9.0.1 Fix Pack 2 is a collectionof low-risk, high-impact fixes to help customers safely avoid known issues. IBM strongly recommends that customers running Notes/Domino 9.0.1 upgrade to this latest Fix Pack since it addresses a small percentage of defects that impact the broadest set of customers. Fix Packs are released periodically between Maintenance Releases to provide a greater level of stability for customer environments. They go through the same level of fix, regression and interoperability testing that occurs with Maintenance Releases. Fix Packs are always cumulative and contain all of the fixes from previous ones.

    9.0.1 Fix Pack 2 addresses defects in both the Client, Server, Notes Browser Plug-in and Domino SE OpenSocial component. 9.0.1 FP2 also updates the embedded JVM to 1.6 SR16 to address security vulnerabilitities.

    9.0.1 FP2 adds support for the following:

    • Citrix XenApp 7.5 for Client
    • Internet Explorer 11 for xPages
    • RHEL7 for Server

    Official support for Mac OS X 10.10 Yosemite will be announced after it ships in the Fall. 9.0.1 FP2 includes compatibility fixes for support of Mac OS X 10.10,

    All Fix Packs arelanguage independent and may be applied on any language version of Notes/Domino 9.0.1.

    Download Options
    For download options see technote 4037141. Note: Fix Packs will not be distributed on physical media (DVD/CD).
    • If you have Notes 9.0.1 Basic Configuration or Notes/Admin/Designer (Basic edition) 9.0.1 installed, use the Notes 9.0.1 Fix Pack 2 Basic install.
    • If you have Notes 9.0.1 Standard Configuration or Notes/Admin/Designer (Standard edition) 9.0.1 installed, use the Notes 9.0.1 Fix Pack 2 Standard install.

    Decision to upgrade
    Customers unable to upgrade to later Releases should install Fix Packs to benefit from later fixes made to the product. By providing a small number of fixes, customers are able to accept fewer code changes with lower risk, allowing them to “patch” an older Maintenance Release until a more extensive upgrade to the current Release is possible.

    While Fix Packs provide important fixes and IBM strongly recommends applying the latest Fix Pack available for a Maintenance Release, IBM still recommends that customers upgrade to the latest Release + Fix Pack combination to receive the broadest set of fixes available. You will receive more overall fixes with a later Release + Fix Pack than with a set of Fix Packs on top of an earlier Maintenance Release. For more information, see technote #1368141

    Known Issues
    Linux Notes client only: If upgrading the embedded version of Sametime to Sametime 9, customers should install 9.0.1, followed by the Sametime 9 Add-on embedded upgrade package, and finally 9.0.1 FP2. If 9.0.1 FP2 is installed before the ST 9 Add-on, Notes on Linux will hang on startup. This issue does not occur on Windows or Mac. See technote 1670512.

    Fixes contained in this Fix Pack
    A plus symbol (+) before the SPR number indicates a fix for a regression bug. A regression bug is an issue that was introduced in a Maintenance Release but did not exist in previous releases of that code stream. For example, a bug that appears in 9.0.1 but did not exist in 9.0.0 is a regression.
    If an APAR exists for the corresponding SPR, the APAR number will appear in parentheses next to the SPR number. For example, SPR #nnnnnnnnnn (LO12345).

    What follows is a subset of the most important issues addressed in this fix pack. For the full list of fixes, please visit the fixes by release view for the description of each fix in this Fix Pack, including platform specific information.

    9.0.1 Fix Pack 2 Fix List descriptions:

    Client

    • RHAN8CUMJE (LO57510) – Added a check to avoid a client crash when working or searching in the calendar.
    • AJAN9657JM (LO76981) – Fixes a navigation issue that would highlight a different inbox mail message switching between Notes and another application using ALT-Tab.
    • TMDS97JVZ9 (LO75247) – Fixes an intermittent “Cannot create window (Insufficient Memory)” error that would appear in a user mail file. (technote 1662284)
    • SSZG7H3HBH (LO51653) – Fixes an intermittent issue that prevented dragging big attachments from Notes to the operating system Desktop.
    • +KTOT9K3RXW (LO80392) – Fixes failure when upgrading from Notes 9.0.1 to 9.0.1FP1 with the following error message in the Install log: “ReplaceJvmUpdateFiles: ERROR: Failed to rename directory C:\Program Files (x86) \Lotus\Notes\jvm to C:\Program Files (x86)\Lotus\Notes\jvm_old: 32.” This issue would only occur when not installing under the Admin account. This is a regression in 9.0.1 FP1. (technote 1674482)
    • JKAE8YQDEW (71932LO) – Fixes issue where a message entry gets created in the trash folder whenever an eml file that was saved from the Notes Client, is closed.
    • +TITH9BQDZF (LO77124) – Fixes issue where the “Name” field of the print dialog is blank if the default printer driver has DBCS name. This is a regression in 9.0. (technote 1668977)

    Server

    • +MJON9GQHLL (LO79283) – Fixes potential performance degradation in LDAP search when there are many nested groups. This was a regression introduced by the fix for SPR# CAHT959LQG (Fixes issue where complex LDAP search filter returns no results). This fix introduces the new ini: LDAP_COMPLEX_FILTER. When this ini is set to 1, the code path for the fix for SPR# CAHT959LQG is enabled and the performance degradation could result. Setting this ini to 0, disables the code path and no performance degradation will be seen. This is a regression in 8.5.3 FP6. (technote 1668995)
    • +HOKA8RZ5KL (LO67745) – Fixes issue in Xpages where the correct date (or time) won’t show on date time picker. This is a regression in 8.5.3.
    • YGAO95HFP9 (LO74249) – Fixes password reset failure when the required password quality for a user has been changed in the security policy but not yet updated in the ID file. With the fix, the password quality in the ID file is checked and updated if necessary during a password reset.
    • MBAS9G8LCP (LO79045) – Fixes Server crash due to TNEF conversion with Error Message: “PANIC: Invalid pool free chain”. (technote 1673919)
    • +MNGA9FSRGV (LO78819) – Fixes Server crash on IMAP with the error message: “PANIC: OSVBlockAddr: Bad VBlock handle (0\0)”. (technote 1669690)
    • VPRS99UPQQ (LO76346) – Fixes intermittent Domino Server DAOSMgr crash during DAOS catalog resync when the file path exceeds 256 characters.
    • DANG8PCJH6 (LO65974) – Fixes issue where an auto-populated group will not include the alphabetically last people in the Domino directory if there are response docs to people documents in the Domino directory. (technote 1592316)
    • +RREN9GWKVX (LO79377) – Fixes issue where document locking doesn’t work if the group name is a substring of the name of the person doing the locking. This is a regression in 9.0.

    iNotes

    • EPOR9CBJ6G (LO77937) – Fixes issue when using iNotes Ultra-light mode on iOS7 where type-ahead inserts additional characters that will fail to resolve when sending the message.
    • +JCHS9ERSZE (LO78486) – Fixes intermittent Domino Server crash on http task due to iNotes stale cookies. This is a regression in 9.0. (technote 1673838)
    • PPET9J3H9X (LO79954) – Fixes Internet Explorer crash caused by interaction with dwabho.dll, used for Browser Cache Management.
    • +THIO8RWGGP (LO67661) – Fixes an issue replying to mails from iNotes and “Re:” is not appended to the subject. This is a regression in 8.5.3.
    • ASHH9EN5GS (LO78446) – Fixes an email problem where an attachment with a non-ASCII file name uploaded by “Save” action gets sent even though it was deleted from the mail. This problem only occurs when using Active X file upload control for Internet Explorer. (technote 1664163)
  • IBM laat de naam Lotus vallen

    Wellicht is het u opgevallen: IBM heeft de afgelopen maanden de naam Lotus laten vervallen uit hun producten reeks.

    In plaats van Lotus Notes en Lotus Domino spreken we nu van IBM Notes en IBM Domino.

    IBM Notes (voorheen Lotus Notes) en IBM Domino (voorheen Lotus Domino) zijn respectievelijk de cliënt en server, van een cliënt-server groupware-toepassing oorspronkelijk gecreëerd door de Lotus Development Corp. in 1989.
    En eigenlijk was het niet Lotus maar het bedrijf Iris Associates, een partner software ontwikkelingsbedrijf uit Littleton, Massachusetts, dat onder leiding van Ray Ozzie het product Lotus Notes bedacht.

    Na de aankoop door IBM in 1995 werd langzaam de naam IBM toegevoegd aan de producten, en werd het IBM Lotus Domino, IBM Lotus Notes, IBM Lotus Traveler enz.

    In november 2012 kondigde IBM al aan het merk Lotus te laten vallen om in de toekomst producten uitsluitend met het IBM merk te identificeren.

    Op 13 maart 2013 kondigde IBM dan ook de nieuwste versie aan als IBM Notes 9 Sociale Edition , waarmee er een einde komt aan de al jaren vertrouwde Lotus naam.

     

  • THREADID informatie in de server console

    THREADID informatie in de server console

    Vanaf Domino versie 8.5.3 wordt de notes.ini parameter Debug_threadid automatisch toegevoegd aan de notes.ini met een waarde van “1”
    Deze debug thread id is vooral handig om problemen op te lossen.
    Wil je deze extra informatie niet dan kan de regel eenvoudig verwijderd worden uit de notes.ini of de waarde aangepast moeten worden naar CONFIG DEBUG_THREADID=0.
    Dit kan door de notes.ini aan te passen, via het server configuratie document, of via het console commando SET CONFIG DEBUG_THREADID=0.

    Voor meer informatie:
    https://support.hcl-software.com/csm?id=kb_article&sysparm_article=KB0028296

  • notesDatabase.SetOption

    notesDatabase.SetOption

    Hoewel de functie notesDatabase.SetOption wel beschreven wordt in de Designer Help staan enkele waarden voor versie 8.5.1 er nog niet bij, daarom even in dit onderwerp.

    Om de geavanceerde database eigenschappen met Lotusscript aan te passen bestaat de volgende  functie:

    Call notesDatabase.SetOption( optionName% , flag )
    Waarbij optionName% een waarde van het type Integer is.

    Voor flag gebruik je True om de eigenschap aan te vinken, en False om het uit te zetten.

    De volgende waarden zijn toegestaan:

    12 = Geen idee wat dit doet?
    36 = Vrije ruimte niet overschrijven (Don’t overwrite free space)
    37 = Leesmarkeringen niet behouden (Don’t maintain unread marks)
    38 = Speciale antwoordhierarchie niet ondersteunen ( Don’t support specialized response hierarchy)
    41 = Documententabel optimaliseren (Optimize document table map)
    44 = Eigenschap LastAccessed behouden (Maintain LastAccessed property)
    45 = Transactielog uitschakelen (Disable transaction logging)
    46 = Controleren op nieuws niet toestaan (Don’t allow headline monitoring)
    49 = Voorlopig verwijderen toestaan (Allow soft deletions)
    54 = Meer velden in database toestaan (Allow more fields in database)
    65 = LZ1-compressie gebruiken voor bijlagen (Use LZ1 compression for attachments)
    70 = Leesmarkeringen repliceren: Alleen clusterservers (Replicates unread marks: Clustered servers only)
    71 =  Leesmarkeringen repliceren: Alle servers (Replicates unread marks: All servers)
    74 =  Markeer de database als niet beschikbaar. (Out of service enabled)
    75 = Threadhistorie ondersteunen (Support Response Thread History)
    76 = Eenvoudig zoeken niet toestaan (Don’t allow simple search)
    81 = Domino service voor bijlagen en objecten gebruiken (Use Domino Attachment and Object Service)
    82 = Documentgegevens comprimeren (Compress document data)
    85 = Export van viewgegevens uitschakelen (Disable export of view data)

    Onbekende opties

    Ik mis nog een aantal opties zoals de optie om “Weergaven automatisch bijwerken uitschakelen” (Disable automatic updating of views) en “Database-ontwerp comprimeren” (Compress database design) aan of uit te zetten.

  • Administering IBM Lotus Domino 8.5 servers for beginners

    Administering IBM Lotus Domino 8.5 servers for beginners

    Dit whitepaper (80 pagina’s) biedt een uitgebreid overzicht van het beheer van IBM® Lotus® Domino®, waarbij de fundamentele componenten en terminologie worden uitgelegd, zodat nieuwe beheerders zich vertrouwd kunnen voelen met het product.
    In het bijzonder worden de belangrijkste kenmerken en functionaliteiten uitgelegd, zoals het notes.ini-bestand, de Data Directory, ID’s, serveropdrachten en -documenten en serveractiviteiten.
    Ook inbegrepen zijn discussies over serveronderhoud en NSD’s.

    http://public.dhe.ibm.com/software/dw/lotus/DominoAdminforBeginnersFinal.pdf

    Verouderd

    De inhoud van dit bericht is niet meer actueel. Voor informatie over HCL Domino server beheer kunt u beter contact met ons opnemen of zoeken naar meer recente informatie op de website van HCL bijvoorbeeld: HCLSoftware U

  • Server details niet meesturen in de SMTP headers

    Uit beveiligingsoogpunt kan het wenselijk zijn om zo min mogelijk gegevens over de servers mee te sturen met een bericht. Hoe minder details hoe minder kwetsbaar.
    Met de notes.ini regel SMTPNoVersionInRcvdHdr=1 voorkom je dat Domino server product informatie wordt meegestuurd in de SMTP Received headers.

    Mogelijke waardes:

    0  (of niet aanwezig ) – de door Domino  gegenereerde SMTP Received header bevat Domino server product informatie, inclusief de server versie.
    1 – de door Domino  gegenereerde SMTP Received header bevat geen Domino server product informatie.

  • Nieuw in Lotus Notes 8.5: ID Vault

    Er was eens een tijd waar Notes beheerders het zwaar hadden….

    Nu worden we verwend met nieuwe functies die het werk wel erg makkelijk maken.
    Neem nu het in Notes 8.5 geïntroduceerde ID Vault (of vrij vertaald in het Nederlands een kluis om Notes ID’s in te bewaren).
    Pfff, hoor ik de die-hard-domino beheerder al roepen, dat hadden we altijd al, eerst de Escrow agent in versie 4 en vanaf versie 5 Password Recovery.

    Wat is er dan zo belangrijk aan dat ID Vault?

    Welnu, eindelijk hebben beheerders de mogelijkheid om zelf wachtwoorden te resetten.
    Vergeten wachtwoord, iets dat bij de meeste bedrijven als erg vervelend wordt ervaren.
    Zeker als (altijd de zelfde) personen na hun vakantie het Notes wachtwoord (alweer) vergeten zijn.
    Meestal was de oplossing om een oud ID met het initiële wachtwoord terug te plaatsen, met kans op verlies van certificaten en sleutels of inmiddels verlopen geldigheidsduur, of door middel van de ernstig vermoeiende Password Recovery procedure.

    Is dit niet herkenbaar? Lees dan niet verder.

    Anders is het volgende wellicht toch interessant.

    Instellen ID Vault.

    Het opzetten van een ID Vault is een eenvoudige taak:

    Start de Domino Administrator.
    Open de server waar de ID Vault moet komen.
    Klik het tabblad configuration, selecteer de server en klik rechts op Tools > ID Vaults > Create

    ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault

    Een dialoogvenster geeft uitleg over de ID Vault.
    0-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-splash

    Klik Next om door te gaan.

    Geef een naam voor de Vault, dit mag niet de zelfde naam als de Notes Organisatie naam zijn.
    1-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-naamgeving

    Geef eventueel een omschrijving op.
    Klik Next.

    Geef een nieuw wachtwoord op voor het Vault ID en controleer de locatie aan waar het ID opgeslagen wordt.
    2-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-wachtwoord

    Klik Next

    Controleer nogmaals of de server juist is.
    3-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-server
    Klik Next.

    Selecteer de beheerders voor deze Vault.
    Dit zijn overigens niet de personen die wachtwoorden mogen resetten, dit komt later.
    4-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-beheerder

    Klik Next.

    Geef op welke Organisaties of Units met deze Vault mogen werken.
    In het voorbeeld is dat er slechts 1 organisatie (/INECO).
    5-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-organisatie

    Klik Next.

    Nu komen de personen aan bod die wachtwoorden mogen resetten.
    Ook als er ID’s zijn waarmee applicaties gesigneerd worden die wachtwoorden mogen herstellen, en de server waarop zo’n applicatie draait dienen hier toegevoegd te worden.
    Natuurlijk is dit later allemaal nog aan te passen.
    6-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-terugzetten
    Klik Next.

    Geef op of er een bestaande Policy bijgewerkt moet worden, een nieuwe moet worden gemaakt, of dat je dit later handmatig wilt aanpassen.
    7-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-policy
    In ons geval kiezen we om een bestaande aan te passen.
    Klik Next.

    Hier de gekozen Master policy in beeld.
    8-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-policy-toevoegen
    Klik Add Vault Name om het Security settings formulier automatisch aan te passen.
    Klik Next.

    Selecteer het certifier ID van de organisatie.
    9-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-certifier
    Klik OK
    Klik Next

    Controleer of alles naar wens is in het dan volgende overzicht.
    9-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-overzicht
    Klik Create Vault wanneer je door wilt gaan.

    In de volgende dialoog kan een tekst worden ingegeven die aan een gebruiker wordt getoond wanneer deze klikt op wachtwoord vergeten.
    9-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-vergeten-prompt
    Type de tekst en klik OK.

    Wanneer alles goed is komt er een dialoog met een samenvatting van alle handelingen die zijn verricht.
    10-ineco-lotus-domino-aanmaken-id-vault-gereed
    De ID Vault is klaar voor gebruik!

    ID bestanden van de gebruikers worden periodiek overgezet in de ID vault wanneer de gebruiker verbonden is met de server.
    Het is dus belangrijk dat de gebruiker eerst een keer verbinding heeft gemaakt alvorens er een poging wordt ondernomen om het wachtwoord te resetten omdat het ID bestand anders niet aanwezig is!
    Wanneer een ID in de Vault aanwezig is kan de beheerder via de Administrator Client naar de weergave Personen gaan, het slachtoffer selecteren, en rechts een keuze maken uit de nu beschikbare acties zoals Reset Password en Extract ID from Vault:
    ineco-lotus-notes-wachtwoord-reset-persoon
    De meest voorkomende actie zal zijn Reset Password, een simpele dialoog verschijnt:

    ineco-lotus-notes-wachtwoord-resetten
    Vul de velden in en het wachtwoord is gereset.

    Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker was de leus van belastingdienst, die ook hier goed past.

  • Aantal dagen in een bepaalde periode met LotusScript

    Voor een applicatie moest herhaaldelijk uitgerekend worden hoeveel dagen er in een bepaalde periode zitten.
    De volgende functie voldeed hier goed:

    Input: getDaysBetween(“31-12-2007″,”01-01-2007”, “1,7” ,”25/12/07 – 26/12/07,05-12-2007″,Doc)  

    Output: 258

    Function getDaysBetween(strStart As String, strEnd As String,daysToExclude As String , datesToExclude As String ,Doc As NotesDocument) As Long
    On Error GoTo ErrorHandler
    Dim Formula As Variant
    Dim dLow As String
    Dim dHigh As String

    If strStart = “” Or strEnd = “” Then GoTo ErrorHandler

    strStart = {@TextToTime(“} & strStart & {“)}
    strEnd= {@TextToTime(“} & strEnd & {“)}

    If daysToExclude = “” Then
    dLow = {;0}
    Else
    dLow = {;@TextToNumber(@Explode(“} & daysToExclude & {“;”,”))}
    End If

    If Not datesToExclude = “” Then
    dLow = dLow & {;@TextToTime(@Explode(@TextToTime(@Explode(“} & datesToExclude & {“;”,”))))}
    End If

    dHigh$ = {@BusinessDays(} & strStart$ & {;} & strEnd$ & dLow & {)}
    dLow$ = {-@BusinessDays(} & strEnd$ & {;} & strStart$ & dLow & {)}

    Formula = Evaluate({@If(} & strStart & {>} & strEnd & {;} & dLow$ & {;} & dHigh$ & {)} ,Doc)

    getDaysBetween = CLng(Formula(0))

    Exit Function
    ErrorHandler:
    MsgBox GetThreadInfo(1) & ” ” & Error & ” (” & Err & “) op regel ” & Erl & “.”
    getDaysBetween = 0
    Exit Function
    Resume Next
    End Function